hijink & zoannemieke hijink

bronnen

Ogen in een doosje

 Ik heb ze wel. Maar ik ben er zuinig op. In een doosje, daar liggen ze. Mijn ogen. Als ik het doosje open doe dan kijken ze me aan. Dat zie ik natuurlijk niet maar ik voel het wel.

En als ik er één draag en de ander nog in het doosje ligt, dan zie ik het. Dat die ander naar me kijkt. Even. Elke ochtend maak ik een keus. Kies ik voor kijken of juist niet? Soms ben ik blij dat ik ze in het doosje heb laten zitten. Als de wereld grof en grauw is, bijvoorbeeld. Want dat hoor ik, dat ruik ik, dat voel ik en dat proef ik dus dan hoef ik het niet ook nog eens te zien.

Soms heb ik spijt dat ik ze niet draag. Als ik een kind hoor  schaterlachen bijvoorbeeld. Dan wil ik zien hoe het zijn hoofd in de nek gooit, de keel ontbloot, alles vertrouwt. Maar eigenlijk kan ik dat ook al voelen aan hoe licht de  lucht wordt.

Mijn ogen zijn facultatief. Ik draag ze wanneer ik dat wil. En ook als ik ze draag, dan neem ik altijd het doosje mee. In mijn zak, daar zit het doosje. Want soms is iets te mooi om naar te kijken. Ineens. Alles. Zo klaar en waar. Dan kan het teveel worden en dan doe ik snel mijn ogen in mijn zak.

Het doosje is van hout. Als je het deksel open doet zie je twee holletjes voor twee bolletjes. Je zou er ook knikkers in kunnen doen of een bepaald soort bonen of van die nootjes die Middellandse mannen kraken tussen hun tanden zodat ze bij het zachte groen kunnen. Maar ik bewaar er dus mijn ogen in. Ik kan naar binnen kijken en ik kan naar buiten kijken. Net wat ik wil. Net wat ik kies. Net wat.

 Frederieke Hijink,  2011, in de bundel Koppigheid en liefde (Suzanne Huijs) 


**

Geduld

Heb geduld met alles wat onopgelost is in je hart
en probeer je vragen met liefde te bezien,
als kamers die gesloten zijn
of als boeken in een volslagen vreemde taal.

Zoek nog niet naar antwoorden.
Die kunnen je nog niet gegeven worden,
omdat je niet in staat zou zijn ze te leven.
En het gaat erom alles 'te leven'.

Leef nu de vragen. Misschien zul je dan geleidelijk, zonder het te merken,
jezelf, ooit op een dag,
in het antwoord terugvinden.

Rainer Maria Rilke

**

Ithaka

Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka
wens dat de weg dan lang mag zijn,
vol avonturen, vol ervaringen.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woedende Poseidon behoef je niet te vrezen,
hen zul je niet ontmoeten op je weg
wanneer je denken hoog blijft, en verfijnd
de emotie die je hart en lijf beroert.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woedende Poseidon zul je niet treffen
wanneer je ze niet in eigen geest meedraagt,
wanneer je geest hun niet gestalte voor je geeft.

Wens dat de weg dan lang mag zijn.
Dat er veel zomermorgens zullen komen
waarop je, met grote vreugde en genot
zult binnenvaren in onbekende havens,
pleisteren in Phoenicische handelssteden
om daar aantrekkelijke dingen aan te schaffen
van parelmoer, koraal, barnsteen en ebbehout,
ook opwindende geurstoffen van alle soorten,
opwindende geurstoffen zoveel je krijgen kunt;
dat je talrijke steden in Egypte aan zult doen
om veel, heel veel te leren van de wijzen.

Houd Ithaka wel altijd in gedachten.
Daar aan te komen is je doel.
Maar overhaast je reis in geen geval.
't Is beter dat die vele jaren duurt,
zodat je als oude man pas bij het eiland
het anker uitwerpt, rijk aan wat je onderweg verwierf,
zonder te hopen dat Ithaka je rijkdom schenken zal.
Ithaka gaf je de mooie reis.
Was het er niet, dan was je nooit vertrokken,
verder heeft het je niets te bieden meer.

En vind je het er wat pover, Ithaka bedroog je niet.
Zo wijs geworden, met zoveel ervaring, zul je al
begrepen hebben wat Ithaka's beduiden.

K.P. Kavafis

(vertaald uit het Grieks: Hans Warren en Mario Molengraaf)